Iedereen
die lichamelijk en geestelijk gezond is en ritmegevoel heeft kan
tapdansen leren ongeacht leeftijd, geslacht of lichamelijke bouw. Het
is een gezonde vorm van lichaamsbeweging en boven
dien is de kans op vallen bij het draaien of springen, en daarmee de
kans op blessures, erg klein. Tapdans is goed voor de conditie.
Het maakt de spieren sterker waardoor het lichaam krachtiger en beter
gevormd zal worden. Vooral de beenspieren zullen bij het regelmatig
beoefenen van tapdans sterker worden. Tevens bevordert het de
muzikaliteit en het ritmegevoel. Wie taplessen gaat nemen zal een schat
van klanken en wijzen van tellen aanleren, die bij het beoefenen van
andere dansvormen zoals bijvoorbeeld jazzdans en klassiek ballet goed
van pas komen. Tijdens het dansen verklappen de oren het resultaat
waardoor de tapdanser direct beloond wordt voor zijn inspanning. Veel
leerlingen zullen dan ook merken dat als ze de tapschoenen aan de
voeten hebben, en de smaak te pakken krijgen, ze als duizenden
vóór hen niet meer willen stoppen. Slechts
ernstige dreigementen van de buren zullen hen wellicht kunnen
weerhouden te tapdansen. Een ieder die begint met tapdanslessen te
nemen moet zich dus voorbereiden op een plezierige en opzienbarende
danservaring.
Dit alles wil niet zeggen dat tapdansen gemakkelijk is. Bij ervaren tapdansers schijnt het alsof de voeten moeiteloos en vanzelf bewegen. Zij hebben echter vaak jarenlang en intensief getraind om dit resultaat te bereiken. Veel mensen onderschatten dit en hebben de illusie na 10 lessen de sterren van de hemel te kunnen dansen. Een tapdocent moet uiterst zorgvuldig te werk gaan. De lesstof dient methodologisch en chronologisch te worden gedoceerd. Kennis van zaken en een jarenlange ervaring vormen de basis van een goede les. Tapdansen kan het best onderwezen worden als een complete vaardigheid. De passen die men tijdens de les leert kunnen al vanaf het eerste begin volledig worden uitgevoerd. Daarna blijft men de betreffende passen natuurlijk steeds perfectioneren. Op deze manier worden de reeds geleerde passen steeds uitgebreid en wordt de techniek verbeterd. Het aanleren van een goede techniek hoeft bij tapdansen geen frustrerende bezigheid te zijn. Het produceren van een klank op de muziek kan iedereen leren. Wie een fout maakt kan dit gelijk zelf horen en zich zodoende direct verbeteren. Het belangrijkste is dat men zich ontspant en er een vrolijk gezicht bij trekt.
Nederland heeft geen tapdanscultuur. Vanaf het midden van de jaren 70 heeft tappen zich moeizaam ontwikkeld. De laatste jaren is er echter een groeiende populariteit waar te nemen. Veel dansscholen en dansvakopleidingen bieden tegenwoordig tapdanscursussen aan. Sommige scholen organiseren zelfs weekends waarbij gespecialiseerde tapdansdocenten worden uitgenodigd. Met de toenemende interesse is er ook een toenemende vraag merkbaar naar geschoolde docenten. Sinds kort bestaat er op enkele dansvakopleidingen dan ook de mogelijkheid zich te specialiseren in tapdans. Zoals gespecialiseerde tapdansdocenten voorals nog schaars zijn, is ook goede literatuur over tapdans weinig voorhanden. Wat er te vinden is komt uit Amerika en is niet voor iedereen even gemakkelijk te lezen. Dit boek is een poging om in de groeiende behoefte aan goede informatie te voorzien. Iedereen die zich met tap bezighoudt, als hobbyist, als beroepsdanser, of als (aankomend) docent zal dit boek als een waardevolle aanvulling op zijn of haar kennis beschouwen. In het streven naar een zo groot mogelijke volledigheid komen respectievelijk de geschiedenis, de techniek en de uitvoering van de tapdans aan bod. Kortom: voor u ligt een boek vol wetenswaardige en praktische informatie waarmee ik u vele uren tapdansplezier toe wens.
Willie de Vries